Onderhoud vaargeulen

De vaargeulen tussen de Waddeneilanden en het vasteland moeten worden onderhouden. Dat is nodig voor een goede bereikbaarheid voor personenverkeer en goederenvervoer. Rijkswaterstaat houdt de geulen zoveel mogelijk bevaarbaar door gebruik te maken van de natuurlijke dynamiek van het watersysteem. Aanvullend is echter van tijd tot tijd baggerwerk nodig.

In totaal is in 2015 uit de geulen van de Waddenzee en de aanliggende havens (het Eems- Dollardestuarium en de Eemshaven niet meegerekend) ruim 3 miljoen m3 baggerspecie gebaggerd en grotendeels verspreid. Opmerkelijk is vooral de toename van het baggervolume in de centrale en oostelijke Waddenzee. Hier ligt duidelijk een verband met het opslibben en aanzanden van de platen.

Onder het beheer van de geulen vallen ook het permanent peilen van de waterdiepten en het leggen en verleggen van tonnen. De minder belangrijke vaargeulen, die vooral van belang zijn voor de recreatievaart, worden nauwlettend gevolgd, maar niet uitgebaggerd.
Soms verdwijnt een vaarroute van de kaart (zoals recent de toegang naar Noordpolderzijl) of wordt een zich verdiepende geul van bakens voorzien. In 2015 is over de Waardgronden tijdelijk een kortere ondiepe vaarroute tussen Terschelling en Ameland geopend. Deze route vermindert de intensiteit van de recreatievaart via de gangbare route, langs een zandbank waar veel vogels en zeehonden verblijven. Of de dieren door deze maatregel minder worden verstoord, moet nog blijken uit monitoring.