‘Mijn basismonitoring’ – Bas Eenhoorn

In deze rubriek uiten direct betrokken personen hun ideeën over het nut, de noodzaak, de inhoud en de vorm van de Basismonitoring wadden. Wat verwachten zij ervan? Wat is hun ideaalbeeld? Wat heeft prioriteit en waar gaan zij voor? Bas Eenhoorn, onafhankelijk voorzitter van het Regiecollege waddengebied (RCW) bij de spits af.

Fijn dat van tijd tot tijd concrete stappen worden gezet. Ik was blij met de eerste uitgave van Wadden in Beeld, die ik in het voorjaar van 2016 in Den Haag mocht presenteren. Dat smaakte naar meer. Goed ook dat er al energie is gestoken in elementaire voorzieningen zoals deze website, om alle direct betrokken partijen over de basismonitoring te kunnen informeren. Maar ik heb ook zorgen.

Het RCW plaatste enkele jaren geleden de basismonitoring op de agenda vanuit een diep gevoelde urgentie. Regie voeren en tegelijkertijd essentiële informatie missen, is een gruwel voor bestuurders. In het RCW misten we cijfers en feiten en het inzicht in samenhangen. Komt er in zo’n situatie een signaal over bijvoorbeeld de achteruitgang van visbestanden of broedvogels, dan kun je daar niets mee als de vragen erover niet adequaat worden beantwoord. Wij hadden als regiecollege dus een duidelijk beeld van wat we misten: een samenhangende monitoring van álle zaken die het beleid en beheer raken.

Wij zagen in ons toekomstbeeld een efficiënte organisatie van de monitoring, een goede aansluiting van meetprogramma’s op de vragen vanuit het beleid en beheer, en vooral een goede vertaalslag naar heldere informatie. Aan een brij van alleen maar gegevens hebben we niets. We willen inzicht in ontwikkelingen en trends. We willen de verhalen achter de cijfers.

De zorg die ik heb, heeft te maken met de grote afstand tussen die uitgesproken wens en de momenten waarop er wat gebeurt. Het RCW heeft zelf geen geld. Voor mij speelt daardoor constant de vraag wie, waarvoor verantwoordelijkheid draagt. We zitten met veel partijen bij elkaar en iedereen vindt dat die basismonitoring er moet komen, maar wie gaat nu uiteindelijk wat voor zijn rekening nemen? En wie betaalt? Wie zegt: we hebben zoveel miljoen ter beschikking om dat bouwwerk op te zetten en bij te houden?

Zolang niet één departement of de gezamenlijke provincies of het Regiecollege zelf een fonds heeft om voor de basismonitoring een behoorlijk project op te zetten, moeten de samenwerkende partijen in de regio het beste maken van een model van geleidelijke groei. Ik ben op zich niet tegen een groeimodel, maar het is de vraag of het bij dit onderwerp zo handig is. Je hebt pas iets aan een basismonitoring wanneer daar samenhang in zit. Daar was het immers om begonnen. En als dat moment ver in de toekomst ligt en je moet er naartoe groeien, bestaat de kans dat het momentum weg ebt. De urgentie is nu dus mogelijk nog hoger dan toen het regiecollege tot een basismonitoring opriep. 
Maar laat ik positief afsluiten. Deze website, een nieuwsbrief die en een nieuwe aflevering van Wadden in Beeld komend voorjaar, helpen wellicht het gevoel van urgentie levend te houden en verder over te dragen. Laten we dus energieke samenwerking aan de uitvoering van het actieplan van de basismonitoring tot inzet maken van 2017.