Bekijk e-mail in browser
Editie 01, juli 2019
In deze zomerse nieuwsbrief lees je alles over de laatste ontwikkelingen in en rondom het Waddengebied. Met onder andere: een nieuwe update over het Datahuis Wadden, een kijkje in de natuurwaarden van de duinvallei Lange Duinen-Noord en mooie wad-rapporten over droogvalduren, broedvogels op de Rottums en het groene strand van Ameland . Maar eerst presenteren we met trots de nieuwe editie van Wadden in Beeld. Hét overzicht van de ontwikkelingen en trends van het Waddengebied in 2018.
Is de hete zomer een voorbode voor een ecosysteemverandering in de Waddenzee?

In Wadden in Beeld presenteren de verschillende beheerorganisaties de meest opvallende ontwikkelingen in het Waddengebied. In 2018 was het vooral de hete, droge zomer die zorgde voor een aantal opmerkelijke trends. We geven een kleine samenvatting van het rapport.

In deze vierde editie Wadden in Beeld vind je cijfers, grafieken en toelichtingen over verschillende Wad-onderwerpen. De belangrijkste onderwerpen zijn nachtelijke duisternis, levende natuur, sociaaleconomische aspecten en (natuur)beheer.

Strenge winters maken plaats voor droge zomers
Het jaar 2018 kenmerkte zich door een extreem lange en warme zomer. Wadden in beeld vertelt ons dat we aan de vooravond lijken te staan van een grote verandering: “Het ecosysteem werd altijd gedomineerd door strenge winters. Dat verschuift nu naar extreem warme zomers. Dit gaat gepaard met verschuivingen in het ecosysteem van de Wadden. Ook daarom is monitoring op de lange termijn zo belangrijk.”
 
Trends en bijzondere waarnemingen
De cijfers van 2018 worden in perspectief geplaatst door ze te koppelen aan langetermijn-gegevens. Zo kun je trends ontdekken en afwijkingen monitoren. We zien bijvoorbeeld dat de hoeveelheid kwelders (de geleidelijke overgang tussen zee en land) de laatste jaren fors is toegenomen.
 
Ieder jaar worden ook bijzondere waarnemingen op het Wad vastgelegd. In 2018 werden eitjesstrengen van een pijlinktvis gevonden. En op het eiland Griend werd op meerdere plekken in de zandige vooroever een zeldzame plant gezien; de gelobde Melde.

Wadden in beeld online
Wadden in Beeld verschijnt in een beperkte oplage, maar is online voor iedereen beschikbaar. Erica Slump - Hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat – reikte het boekje namens alle beheerders in de Waddenzee uit aan Arno Brok, Commissaris van de Koning en voorzitter van het Regiecollege Waddengebied.
Wadden in Beeld is een uitgave van de Kerngroep Basismonitoring Wadden, in opdracht van het Opdrachtgeverscollectief Beheer Waddenzee (OBW). Het rijk, de provincies, gemeenten en natuurorganisaties werken samen aan een beter beheer van de Waddenzee. Ook de Waddenacademie is hierbij betrokken. Wadden in Beeld is online te vinden op waddenzee.nl, inclusief alle brondocumenten en bijbehorende links. De waargenomen signalen zijn een belangrijke bron voor het bijstellen en aanscherpen van de Basismonitoring Wadden.
Update Datahuis Wadden – de virtuele toegang tot de Wadden

Basismonitoring Wadden is onlangs gestart met het opzetten van het Datahuis Wadden: een centrale plek waar gebruikers toegang krijgen tot gegevens over het Waddengebied. Het Datahuis Wadden wordt daarmee de virtuele toegang tot de Wadden.

Alle beschikbare wad-data online, dat is het doel van het Datahuis Wadden. In de laatste nieuwsbrief las je alles over de eerste stap: de monitoringsagenda, met een overzicht van alle monitoringsactiviteiten in het Waddengebied. Op dit moment ontwikkelen we een kaarten- en dataportaal met literatuur en rapporten over het Waddengebied en een heuse ‘Waddenbibliotheek’. Dit komt allemaal samen in het Datahuis Wadden-portaal. De opzet daarvan vraagt om goede voorbereiding. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van ervaringen uit soortgelijke trajecten en bestaande infrastructuren. Daarnaast werken we nauw samen met Rijkswaterstaat, en helpen Tresoar en de Waddenacademie met de digitalisering.
 
Bij de ontwikkeling van het Datahuis houden we rekening met drie belangrijke aspecten:
  1. Mensen, netwerk en cultuur: partijen die data leveren en partijen die data van Datahuis Wadden gebruiken verenigen zich in een community.
  2. Technologie: het Datahuis sluit aan bij (internationale) standaarden. Dit betekent onder andere goed contact en de juiste afspraken met bronhouders.
  3. Proces: naast het ontwikkelen en realiseren van het Datahuis-portaal komt er ook een langetermijnstrategie voor onderhoud en beheer.
Houd onze nieuwsbrief in de gaten voor de laatste ontwikkelingen rondom het Datahuis .
Droogvalduur van de wadplaten

Een goed beeld van de droogvalduur van de wadplaten helpt in het onderzoek naar onder andere vogelgedrag, algengroei en de hoeveelheden afgezet zand en slib op de bodem, in relatie tot de zeespiegelstijging. Op de website van Walter vind je kaarten waarop je in één oogopslag ziet welke wadplaten droogvallen tijdens eb. Maar wat zie je dan eigenlijk precies? Wat groeit en leeft op deze platen? Lees nog even verder voor wat interessante achtergrondinformatie.

Een uniek leefgebied
Wadplaten zijn kenmerkend voor de Waddenzee. Deze zandige en soms weidse afzettingen langs de geulen staan onder water met hoogwater, maar vallen droog tijdens laagwater. Dit verschijnsel biedt een uniek leefgebied voor organismen die zich in deze wisselende omstandigheden kunnen handhaven.
 
Onderzoek en monitoring
Er groeien veel algen en de wadplaten kennen een hoge dichtheid van bodemdieren. Vogels profiteren van het droogvallen door het voedsel dat dan te vinden is op de wadplaten. Voor onderzoek naar algengroei en het gedrag van vogels is het dan ook belangrijk om te weten hoeveel tijd per dag de platen droogvallen, de zogenaamde droogvalduren.

De droogvalduur
De droogvalduur van een wadplaat is afhankelijk van de hoogteligging en de waterbeweging. De kaarten op de website tonen de droogvalduren die aan de hand van een model berekend zijn. De donkerroodgekleurde wadplaten staan tussen de 85- en 100% van de tijd droog. Terwijl 60% van de wadplaten in het Marsdiep slechts tussen de 0- en 10% van de tijd droogliggen. De verdeling in de Zoutkamperlaag is weer net anders met een relatief groot oppervlak dat tussen de 30- en 50% van de tijd droog ligt.
 
De dreiging van een stijgende zeespiegel
Voor toekomstige scenario’s van zeespiegelstijging is belangrijk om te monitoren of de sedimentaanvoer (zand en slib) voldoende is om de platen op te hogen in gelijke tred met de zeespiegelstijging. Zou die aanvoer onvoldoende zijn, dan komen de platen uiteindelijk permanent onder water te staan. Dit heeft grote gevolgen voor de ecologie, en vormt dan ook een actueel onderwerp van veel studies.
De broedvogelbevolking op de Rottums (2006-2017)

Elk jaar inventariseren we de broedvogels op de Rottums. De resultaten worden vermeld in zogenaamde vogelwachtersverslagen. Aan de hand van deze rapporten kunnen we trends over langere perioden vaststellen en verstoringen zoveel mogelijk beperken. De laatste uitgave is een overzicht van de ontwikkeling van de broedvogelbevolking in de periode 2006-2017.

Dit rapport is samengesteld in opdracht van Staatsbosbeheer en wordt uitgebracht in combinatie met een vergelijkbaar rapport over de ontwikkelingen bij de overtijgende watervogels op de Rottums.
 
Grootste diversiteit op Rottumerplaat
In de periode 2006-2017 zijn in het totaal 55 soorten broedvogels vastgesteld op de drie eilanden. Rottumerplaat (51 soorten) is het meest soortenrijk, gevolgd door Rottumeroog (43 soorten) en Zuiderduin (26 soorten). Van de 55 broedvogelsoorten behoort 39% tot de Rode Lijst van Broedvogels, de Natura 2000 of een combinatie hiervan. De meest voorkomende soorten zijn Kleine Mantelmeeuw, de Zilvermeeuw (samen wel 70% van het totaal) en de Eider (12% van het totaal). De overige 52 soorten vormen samen de resterende 18%. De - voor Nederlandse begrippen - zeldzame broedvogels zijn de Kleine Zilverreiger, Slechtvalk, Bontbekplevier, Strandplevier, Grote Mantelmeeuw en de Velduil.
Lees meer
Verbeterde monitoring door analyse

Om het beleid van de Waddenzee beter te evalueren stelt het Kernteam Basismonitoring sinds kort Analysedocumenten op. In deze analyses onderzoeken we of de huidige monitoring voldoende is om de beleidsdoelen te evalueren.

In het Jaarplan 2019 heeft het Kernteam Basismonitoring een aantal Sleutelaspecten uit haar Ambitiedocument geselecteerd. Het Kernteam maakt voor ieder Sleutelaspect een Analysedocument. Onderstaande tabel laat zien hoe de documenten tot stand komen. De analyse wordt gemaakt op basis van bestaande documenten en rapportages, kennis van experts, en inbreng uit de Dialoogdagen.
Van analyse naar advies
Het opstellen van de Analysedocumenten leidt tot monitoringsadviezen aan het OBW. Bij instemming vragen we de verantwoordelijke beheerders hun monitoring aan te passen op basis van dit advies. Binnenkort lees je meer over de analysedocumenten op de website www.basismonitoringwadden.nl.
 
Natuurwaarden Lange Duinen-Noord

In 2018 verscheen de 20e rapportage over de natuurwaarden van de duinvallei Lange Duinen-Noord op Ameland. Het rapport maakt deel uit van een reeks die in 1998 is gestart. We nemen je mee in de opvallendste waarnemingen.  

Vegetatie
 

Serieuze gevolgen door gebrek aan dynamiek
In het transect Oost vindt een duidelijke verschuiving plaats in de richting van het Duindoornstruweel. Diverse kleinere soorten planten nemen hierdoor af, of verdwijnen zelfs helemaal. Ook de ‘belangrijkste’ plant van Nederland - de Groenknolorchis (Liparis loeselii) - had een groeiplaats in dit transect maar verdween sinds 2002. Deze veranderingen worden veroorzaakt door een gebrek aan dynamiek. Want door ophoging van het strand en een drempel in de zeereepopening, komt het inspoelen van zeewater en zeezand bij transect Oost al meer dan 15 jaar niet meer voor. Het gat is nu vrijwel volledig volgestoven.
 
Samen in actie om vegetatie te stimuleren
Aan de overwoekering van de groeiplaats van de Groenknolorchis kan en moet iets gedaan worden. Janssen (2004) schrijft hierover: “Het is zaak de nog resterende groeiplaatsen op de juiste manier te beheren. In eerste instantie moet de aandacht zich richten op de waterhuishouding (toevoer van basenrijk kwelwater) en moet het dichtgroeien van de standplaatsen met hoger opschietende moerasplanten en (dwerg)struiken worden tegengegaan”.
 
In lijn met deze gedachte heeft Rijkswaterstaat Ameland in 2007 het struweel van de voormalige groeiplaats van Groenknolorchis verwijderd in de vakken 6, 7 en 8. Na 2007 zijn diverse pionier soorten in deze vakken teruggekeerd en is het de soortenrijkdom fors gestegen. Groenknolorchis is in 2013 in kleine getalen aangetroffen, maar nog geen levensvatbare en jaarlijks terugkerende populatie. De soort komt op Oost-Ameland nog wel voor. Daar staat zij in valleitjes die wel onder invloed van zeewater staan bij stormtij. Sinds enkele jaren ontstaat er ook een behoorlijke populatie op het nabijgelegen Groene strand, ter hoogte van paal 5.4.
 
In de overige transecten zijn de verschillen met vorige jaren niet opvallend. Deze kleine verschillen kunnen verklaard worden door jaarlijkse schommeling in de weersomstandigheden. Met zijn afgeschermde ligging ten opzichte van de zeereep blijkt Transect West ZZ het meest stabiel in de vegetatie en soorten.  
Broedvogels

Verandering broedgebied zorgt voor minder broedparen

Het aantal broedparen en soorten is sinds 1998 sterk gedaald tussen paal 3 en 5. Dit kan deels verklaard worden door dezelfde dalende trend op landelijk niveau. De verandering van het broedgebied (nestgelegenheid en voedsel) als verlengde van de vegetatiesuccessie, vormt ook een belangrijke reden. Maar er is ook goed nieuws, sinds 2010 zien we namelijk een opmerkelijk herstel. Zowel het aantal soorten als het totaalaantal territoria stijgt. Maar het niveau van de jaren 1998-1999 is nog niet bereikt.  
 
Een bijzonder avifauna
Het gebied is voor de avifauna zeer belangrijk met wel acht Rode Lijst soorten in 2017. Dit betreft 49 territoria waarvan het merendeel op rekening van de Kneu en Nachtegaal komt.
 
Misschien wel de hoogste natuurwaarde kan worden toegekend aan de broedparen van de Roerdomp die hier voorkomen. Helaas is er een halvering naar 4 paar na het topjaar 2016 (8 paar). Deze paren vormen een hier ‘bolwerk’ op het landelijke totaal. De Blauwe Kiekendief verdween in 2009 van Ameland en broedde als laatste in dit gebied. Ook landelijk staat de Blauwe Kiekendief onder grote druk en is het verdwijnen van de soort als broedvogel van Nederland een serieuze mogelijkheid.
Lees meer
Vegetatieontwikkeling op het groene strand van Ameland
 
Sinds 1985 ontwikkelt zich bij Noordwest-Ameland een zandbank met een volume van ongeveer 20 miljoen m3. Deze zandbank is naar het oosten toe ‘omgeslagen’ en vormt nu een zandrif. Hierdoor is een ‘binnenzee’ ontstaan die onder invloed staat van eb en vloed. In 2003 startte het Natuurcentrum Ameland een monitoringsprogramma om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de vegetatie op dit ‘groene strand’. 
 
Het onderzoek wordt uitgevoerd door drs. J. Krol en op Ameland begeleid door dhr. J. Visser namens Rijkswaterstaat (de opdrachtgever).
 
Het ontstaan van het groene strand
Tot 1999 bevond de opening van het rif zich aan het oosteinde. Dit veroorzaakte hoge stroomsnelheden langs het strand om het westelijke deel van de binnenzee te bereiken. In 1999 ontstond een opening in het zandrif ter hoogte van het midden van de binnenzee. Via een korte weg stond deze opening in rechtstreekse verbinding met de Noordzee. De stroomsnelheden namen daardoor sterk af en sinds 1999 is er een sliblaag op het strand komen te liggen. Zeekraal vestigde zich als eerste plant op het groene strand, dat hier ongeveer 100 tot 400 meter breed is. Intussen is een kwelderachtige vegetatie ontstaan, die sinds 2000 snel aan dichtheid, hoogte en soortenrijkdom wint.
 
Duinontwikkeling
De aanvoer van stuifzand was in eerste instantie vrij klein. Duinontwikkeling was vrijwel onmogelijk door de ‘natte’ situatie van het strand. Sinds 2010 ontstaat aan de westzijde van het groene strand een gebied met embryonale duintjes dat zich geleidelijk oostwaarts ontwikkelt en de vegetatie overstuift. Sinds 2012 is er sprake van een kleine gesloten duinboog die vanaf de duinen bij paal 5.2 in noordoostelijke richting om het groene strand buigt, tot ongeveer paal 5.8. Deze duinboog en de embryonale duintjes ten noorden en westen daarvan ontwikkelen zich nog steeds. Het groene strand is hier begroeid met Biestarwe en Strandkweek.
 
Biodiversiteit
Het groene strand bij Ballum is een buitendijkse kwelder. Dit valt onder Natura2000 habitattype H1330 subtype A. Voor de biodiversiteit zijn meerdere aspecten van belang. De verschillende plantengemeenschappen en (dier)soorten reageren op een bepaalde hoogteligging, de daaraan (deels) gerelateerde vochthuishouding, de grondsoort (van zandig tot kleiig), zoutgehalte (brak tot zout), leeftijd (succesiestadium) en mate van begrazing. Begrazing op het Groene strand gebeurt uitsluitend door natuurlijke grazers als konijnen, hazen, reeën en diverse muizensoorten.
Lees meer
Basismonitoring Wadden is het geheel van een compleet, samenhangend, gebruiksvriendelijk en toekomstbestendig meetnetwerk, binnen een cyclisch proces van inwinnen van kennisvragen, verwerken van data en rapporteren van informatie. De monitoringcyclus begint met de kennisvragen bij beleidsmakers en beheerders en gaat een volgende ronde in na de rapportage aan het beleid en beheer. Hierbij ligt een zwaar accent op de wijze waarop de informatiebehoefte bij bestuurders en beleidsmakers wordt ingewonnen.
 
 

Ook de Basismonitoring Wadden helpen met monitoren? Doe hier mee!

 

Wilt u geen e-mails meer ontvangen van Basismonitoring Waddenzee? Dan kunt u zich hier uitschrijven.